Een grondstoffentekort dreigt, hierover bestaat al lang geen discussie meer. De circulaire economie lijkt een logische oplossingen om dit probleem aan te pakken. Tal van goede initiatieven ontstaan om circulariteit in onze gebouwen te implementeren.

novirgins

Toch lijkt het voor veel gebouwbeheerders en facilitair managers lastig om de principes van de circulaire economie op grote schaal te implementeren in gebouwen.

In januari 2015 is de Green Deal Circulaire Gebouwen opgezet in samenwerking met RVO om de circulaire economie te vertalen naar gebouwen. Ruim 60 deelnemers en 3 ministeries zijn bezig om circulariteit in de gebouwde omgeving te definiëren en te meten.

Vanuit de vele praktijkcase, voorbeelden en theorieën uit deze Green Deal zien we dat een circulair gebouw een complex begrip is. Over de definitie van circulaire economie zijn de meningen verdeeld. De één vindt een product circulair als de fabrikant eigendom blijft van het product, de ander focust vooral op het toepassen van zo veel mogelijk natuurlijke en hergebruikte materialen. Ook het afnemen van diensten in plaats van producten wordt vaak genoemd als één van de kernpunten van de circulaire economie.

Als we kijken naar de complexiteit van de grondstoffenstromen in gebouwen in combinatie met juridische eigendomsverhoudingen van deze grondstoffen, dan blijkt al snel dat het realiseren van een circulair gebouw geen eenvoudige opgave is. Echter, het doel van dit alles is in alle gevallen gelijk: het minimaliseren van de inzet van nieuwe grondstoffen en het voorkomen van waardeverlies van bestaande grondstoffen.

Deze doelstelling biedt dan ook de meest concrete aanknopingspunten om aan de slag te gaan met de implementatie van de circulaire economie in een gebouw. Zodra je weet wat de herkomst is van de grondstoffen die het gebouw ingaan, kun je op basis daarvan keuzes maken. 100 kilo hergebruikt materiaal is in dit geval altijd beter dan 100 kilo nieuw materiaal. Voor de uitgaande grondstoffen geldt in feite hetzelfde: elke kilogram grondstof die opnieuw kan worden ingezet, is ergens anders een kilogram grondstof bespaard. Hiermee is de eerste stap in grondstoffenreductie gezet.

”Om het eigen grondstoffenverbruik in kaart te brengen, is het aan te raden om de grondstoffen op te vragen bij je leveranciers.”

Het leasen van producten of afnemen van diensten bij de fabrikant is een mogelijkheid om je eigen in- en uitgaande grondstoffen verder te verlagen. Daarmee is er nog steeds geen garantie dat het product hergebruikt is en in de toekomst hergebruikt gaat worden, maar het geeft de fabrikant wel voldoende incentives en mogelijkheden om verstandig met zijn grondstoffen om te gaan. De fabrikant krijgt namelijk opeens zijn eigen producten terug, die ongetwijfeld nog vol zitten met bruikbare grondstoffen.

Om het eigen grondstoffenverbruik in kaart te brengen, is het aan te raden om de grondstoffen op te vragen bij je leveranciers. Wellicht dat zij niet direct beschikken over de herkomst van de materialen die in hun eigen producten zitten, maar zij hebben wel de mogelijkheden om dit verder terug in de keten te leggen.

Het neerleggen van deze eis zorgt ervoor dat je met je leveranciers gaat praten over de grondstoffen in hun producten en dat ook zij hun fabrikanten weer moeten benaderen. Hiermee komt een hele keten in beweging vanuit één belangrijk doel: het beperken van jouw grondstoffen.

Samen met deze keten wordt het mogelijk om ook de 2e stap richting circulariteit te zetten, doordat gebruiker en fabrikant samen nadenken over de inzet en hergebruik van producten. Hiermee worden ook de laatste stappen gezet in het volledig sluiten van kringlopen en komt er een einde aan het gebruik van nieuwe materialen. Geen virgin materials meer dus.

Auteur: Stefan Maatman (CFP)
Bron: Duurzaam Gebouwd